
Het juiste evenwicht vinden bij de warmteverdeling in automobielverwarmingsinstallaties
Wanneer we maatwerkverwarmingsinstallaties maken – of het nu gaat om een schilderwerkruimte of een installatie voor het drogen van remblokken – is het probleem niet zozeer de totale hoeveelheid energie die wordt gebruikt. Het gaat erom hoe deze warmte precies op het te verwarmen deel terechtkomt.
Auto’s hebben allemaal verschillende vormen en maten. Als de lampen te ver uit elkaar staan, ontstaan er koude plekken. Maar als ze te dicht op elkaar staan, loopt het risico dat het materiaal beschadigt wordt. Het is dus een delicate balans.
Het passen van de warmte aan het te verwarmen deel
Eerst bekijken we de afmetingen van het te verwarmen deel. Voor dingen als het schilderen van chassissen of het drogen van remblokken moet de warmte diep in het materiaal doordringen, zonder dat de oppervlakte beschadigd raakt. Daarom gebruiken we kortegolflange infraroodstraling om de oppervlakte snel te verwarmen, en middellange golflengten om de warmte dieper in het materiaal te brengen.
Er speelt ook nog wat fysica mee. De intensiteit van de warmte neemt af naarmate de hoek verandert. Om dit te voorkomen, overlappen we de stralingsbundels van de lampen. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat ook de randen van het deel evenveel energie krijgen als het midden.
Het bouwen van een praktische installatie
We lassen de lampen niet zomaar vast in een muur. Dat zou een nachtmerrie zijn. In plaats daarvan gebruiken we modulaire frames. Als je overgaat op een nieuw voertuigmodel, hoef je alleen maar de rijen lampen te verplaatsen. Simpel.
We gebruiken ook kwartstubes en reflectoren die bestand zijn tegen hoge temperaturen. Het doel is om de warmte richting het te verwarmen deel te sturen, in plaats van dat de warmte zich verspreidt in de muur en energie verspild wordt.
Dan is er nog de kwestie van de vermogensbehoefte. Lampen met hoge vermogens kunnen het werk snel afmaken, maar ze kunnen de stoppen in brand zetten. Om dit te voorkomen, gebruiken we meestal zonesystemen. Op deze manier kan je, wanneer je aan een kleiner deel werkt, het vermogen van de bovenste of onderste rijen uitschakelen.
De details rondom de installatie
Je kunt hier geen gewone draden gebruiken. We gebruiken kabels die bestand zijn tegen hoge temperaturen, zodat de isolatie niet smelt zodra het warm wordt. We gebruiken ook plug-and-play-aansluitingen. Zodra een buis kapotgaat, moet deze binnen enkele minuten vervangen worden. Niemand wil dat de productie stil komt te liggen door één kapotte lamp.
Nog één tip: let goed op de luchtcirculatie. Wanneer de warmteintensiteit toeneemt, moet de ventilatie voldoende vermogen hebben om de warme lucht weg te halen. Anders zal het onmogelijk zijn om veilig te werken. En niemand vindt dat fijn.