
Een praktische gids voor infraroodverwarming met koolstofvezels
Als je al eens te maken hebt gehad met gewone halogeenbuisjes, weet je hoe ze werken. Koolstofvezellampen zijn echter anders. In plaats van een metalen spoel gebruiken we een koolstofvezelfilament dat zich bevindt in een kwartsomhulsel.
Het grote voordeel is dat de warmte zich gelijkmatig over de hele lamp verspreidt. De lamp produceert middellange tot lange golflengten infraroodstraling, wat ideaal is wanneer de warmte diep in het materiaal moet doordringen, zonder dat de oppervlakte beschadigd raakt.
Het juiste vermogen kiezen
Wat betreft spanning en vermogen: deze bepalen namelijk de intensiteit van de warmte. Als je meer vermogen in een kortere buis stopt, ontstaat er een veel hogere warmtetoevoer.
Maar je moet voorzichtig zijn. De stroombron moet precies overeenkomen met de aangegeven spanning van de lamp. Als de spanning te laag is, kan het materiaal de warmte niet opnemen. Is de spanning te hoog? Dan breekt het filament en moet je opnieuw beginnen.
Constructie en aansluitingen
We gebruiken kwarts van hoge zuiverheid, omdat dit materiaal bestand is tegen constante verhitting en afkoeling. Het koolstofvezelkernmateriaal is uitstekend, want er ontstaan geen ‘hot spots’, zoals bij metalen filamenten.
Voor de aansluitingen worden meestal R7 of Sk15-kabels gebruikt. Zorg ervoor dat ze goed vastzitten. Een losse aansluiting kan tot problemen leiden; het kan zelfs zorgen voor brandschade aan de lamp.
Praktische toepassingen (en de nadelen)
Deze lampen zijn ideaal voor toepassingen als het blazen van PET, drogen of harden van materialen. Ze kunnen snel op temperatuur komen, waardoor de verwerkingstijden korter worden. Bovendien kunnen ze gemakkelijk worden geïnstalleerd in oude halogensystemen.
Maar het is geen magische oplossing voor alles. Koolstofvezellampen bereiken over het algemeen geen even hoge oppervlaktemperaturen als kwartslampen met korte golflengten. Dus als je een plotselinge, hoge intensiteit aan warmte nodig hebt, kunnen deze lampen wat traag overkomen. Het hangt dus af van of je eerder diepe penetratie van de warmte nodig hebt, of alleen maar een hoge oppervlaktemeting.